Nanesh's picture

About the author
Nanesh
Novel: Angels Dream: the cast & De magische steen
Genre: Other Genres
105,971 words so far   Winner!

About Nanesh

Location: My world of endless fantasies

Home Region:
Europe :: Holland & Belgium

Age:20

Favorite writers: Anne Rice, Harry Mulish, Barbara Veenman, A.C. Baantjer, Aspe and Viv (of course)

Favorite music: Nightwish, Enya, Flogging Molly, Marco Borsato, Guus Meeuwis, instrumental

Non-noveling interests: Ancient Egypt, science, religion

Joined date: October 2, 2006

Years done NaNoWriMo:
'06

Years won NaNoWriMo:
'06

NaNoWriMo posts: 60

NaNoWriMo buddies: 4

 


Angels Dream: the cast & De magische steen
an excerpt

Malaika/Theodora
De man nam de snikkende vrouw over van Theodora, die zo snel mogelijk terug liep naar de praktijk van haar vader. Op straat was het intussen verdacht stil geworden. Alle mensen zaten binnen in hun huizen te wachten op nieuws, hoewel iedereen wel leek te beseffen dat jezelf opsluiten waarschijnlijk niet ging helpen. Er moest immers nog altijd handel gedreven worden en men moest toch ook eten. Theodora stapte wat weemoedig weer de praktijk binnen.
“Vader, ik ben terug!”
Haar vader verscheen in de deuropening met een verontruste blik op zijn gezicht.
“Je hebt het gelukkig veilig terug gehaald. Daarnet is er weer iemand binnen gekomen met de eerste symptomen. Ik ben bang dat de ziekte sneller om zich heen aan het grijpen is dan we aanvankelijk dachten. We zullen extra oplettend moeten zijn. Ik ga in elk geval nu naar het stadshuis en probeer de stadhouder te bereiken; als het goed is, is hij op het moment in Delft aanwezig. Er moet echt zo snel mogelijk een pesthuis komen, anders dan overleeft niemand het. Blijf jij hier om nieuwe patiënten te ontvangen. Je kent de symptomen van de Zwarte Dood, mocht je het herkennen, stuur ze dan onmiddellijk terug naar huis en laat ze daar blijven. Andere patiënten mag je in de wachtkamer laten zitten totdat ik terug ben. Ga vooral niet alleen op pad.”
Theodora knikte gedwee en keek haar vader na die op rap tempo de deur uit liep, richting het stadshuis. Ze liet zich met een plof op een van de stoelen in de wachtkamer vallen en steunde haar hoofd op haar handen. Dit ging echt van kwaad tot erger. Hoe lang zou het duren voordat de zieken ook haar en haar vader besmet hadden? Dat het ging gebeuren stond wel min of meer vast, dat wist haar vader ook. Ze keek op toen de deur naar het huis open ging. Grietje stond in de deuropening en keek haar met grote ogen aan.
“Doortje? Wat is er aan de hand? Waarom heb je zo’n raar kapje voor je mond?”
Theodora glimlachte en haalde het kapje even weg. Ze pakte Grietje op en tilde haar op schoot.
“Er zijn heel veel mensen heel erg ziek aan het worden. Vader en ik proberen iedereen te verzorgen zonder zelf ook ziek te worden. Daarom dragen we een kapje dat ons moet beschermen, snap je?”
Grietje knikte voorzichtig.
“Worden wij ook ziek? Wij hebben geen kapje.”
Op dat moment werd het Theodora allemaal even teveel. Ze knuffelde Grietje stevig en snikte op haar schouder.
“Ik weet het niet, ik weet het allemaal niet meer. Probeer op zijn minst veilig binnen te blijven voorlopig. Meer kun je niet doen.”
“Niet huilen Doortje, anders moet ik ook huilen,” snufte Grietje. “Jij bent mijn grote zus, jij weet altijd een antwoord.”
“Ik ben bang dat het dit keer niet het geval zal zijn. Op sommige bestaan simpelweg geen antwoorden.”
Grietje sloeg haar kleine armpjes om Theodora’s nek en hield haar stevig vast.
“Ik hou van je Doortje. Je bent lief.”
“Ik hou ook van jou.”
Theodora drukte Grietje tegen zich aan, om te verkomen dat het kleine meisje zag dat ze nog steeds huilde. Ineens voelde ze zich warm worden van binnen. Het voelde alsof een geest haar moed en doorzettingsvermogen gaf om dit alles te doorstaan.
‘Is dat de Heilige Geest?’ vroeg ze zich af, voorzichtig haar tranen wegvegend. ‘Dank u God voor het vertrouwen dat u in mij hebt.’
Er klonk een zacht belletje, wat aangaf dat er iemand binnen was gekomen. Theodora en Grietje keken beiden op. Voor hen stond Bertus, van de kruidenkraam. Theodora tilde Grietje weer van haar schoot.
“Ga, ga weer terug naar binnen, veilig thuis. Ik zie je vanavond wel weer,” fluisterde ze.
Grietje knikte en liep snel weer het huis binnen, de deur stevig achter zich dicht trekkend. Theodora richtte zich tot Bertus. Hij hoestte als een bezetene en een aantal paarse vlekken ontsierden zijn armen en gezicht. Vliegensvlug deed ze het kapje van haar vader weer voor haar mond.
“Bertus, jij ook al?” vroeg ze.
Bertus knikte alleen maar.
“Ik wil je vader spreken.”
“Het spijt me, maar mijn vader is op het moment in het stadshuis om overleg te plegen met de andere artsen en de stadhouder. U zult het met mij moeten doen. Mijn vader heeft mij duidelijke instructies gegeven om iedereen te behandelen.”
“Je weet hoe ik over je denk Theodora. Ik accepteer geen medische zorg van een vrouw en helemaal niet als ze zo brutaal is als jij. Ik heb duidelijke instructies van mijn vader gekregen, Pff, zie ik er zo dom uit? Je vader zou je nooit de leiding geven over de praktijk. Hij kent de ongeschreven wetten die vertellen dat mannen superieur zijn aan de vrouwen.”
“U kunt me geloven of niet. Feit is dat ik vanaf deze afstand al kan zien dat u besmet bent met de Zwarte Dood. Ik moet u aanraden om direct huiswaarts te keren en uw bed in te kruipen. Breng uw vrouw op de hoogte. Het verstandigste is dat zij het huis verlaat totdat alles weer veilig is.”
Theodora draaide zich kalm om, maar Bertus liet dit niet zomaar over zijn kant gaan. Hij greep haar bij haar kraag vast en sleurde haar op een stoel. Zelf ging hij vlak voor haar staan.
“Nu moet jij eens goed luisteren, Theodora doktersdochter. Jij bent hier niet in de positie om mij de les te lezen. Ik wil je vader spreken en niemand anders. Je kan wel zoveel zeggen, maar je bent niet te vertrouwen, zoals geen enkele vrouw te vertrouwen is. Ik blijf mooi hier en wacht wel tot je vader terugkomt, stom wicht.”
Zijn hand kwam daverend hard tegen Theodora’s wang aan. Ze ademde tussen haar tanden door in en voelde aan haar wang, die nu gloeide.
“Zo is het wel weer genoeg Bertus,” klonk een barse stem vanuit de deuropening.
Theodora keek opgelucht naar haar vader die zojuist binnengekomen was. Bertus draaide zich woest om.
“Uw dochter probeerde mij af te wimpelen,” gromde hij, gevolgd door een stevige hoestbui.
“Niet afwimpelen, ze stuurde u gewoon naar huis mijn beste Bertus. Op mijn uitdrukkelijke instructie. Iedereen besmet met de pest moet zo spoedig huiswaarts keren en de familie sommeren het huis te verlaten. Ze heeft het perfect gedaan.”
“Dank u vader.”
Bertus keek nog altijd woedend en stormde op Theodora’s vader af, maar die bleef kalm staan.
“Ga naar huis Bertus, het is gebeurd. Je zult het niet overleven, maar het heeft geen zin om dat op mij noch op mijn dochter af te reageren. Dat je haar bedreigt en zelfs slaat kan ik al helemaal niet accepteren.”
“Je bent nog niet van me af, Johannes. Let op mijn woorden. Jij zult ook ten onder gaan.”
“Dat besef ik me maar al te goed, tot ziens Bertus.”
De deur sloeg met een klap dicht en Theodora’s vader liep naar zijn dochter toe.
“Gaat het?” vroeg hij.
Theodora knikte voorzichtig.
.
.
.
.
Jasper
Op de begane grond kijkt er iemand op.
“Hoi Victoria!” roept hij terug. “Scheelt er iets?”
“Ja! Of nee, ik heb gewoon je hulp ergens voor no…. AAAAAH”
Ik sta te trillen op mijn benen als de vrouw met een grote klap op de grond terecht komt. Ineens wordt het heel druk bij de balustrades.
“Wat is er gebeurd? Wat is er aan de hand? Waar kwam die klap vandaan?” hoor ik om me heen.
“Er is iemand van de eerste verdieping gevallen.”
“Geduwd,” verbeter ik zachtjes, maar niemand lijkt me te horen.
“Jasper! Jasper! Waar ben je?” hoor ik mijn vader roepen.
Alle andere mensen zijn alweer aan het werk gegaan. Er wordt voor de vrouw op de begane grond gezorgd, dus daarmee is het avontuur blijkbaar weer afgelopen. Ik kijk nog steeds naar de jongen op de eerste verdieping.
“O Jasper, daar ben je, godzijdank.”
Mijn vader tilt me op en knuffelt me stevig. Hij kijkt me dan bezorgd aan.
“Ben je erg geschrokken? Heb je de vrouw zien vallen?” vraagt hij.
Ik knik.
“Maar ze is helemaal niet gevallen papa. Die jongen daar heeft haar eroverheen geduwd.”
“Welke jongen?”
“Die daar!”
Ik wijs naar beneden, naar de jongen, die er nog altijd staat.
“Er staat daar niemand Jasper,” zegt mijn vader ernstig.
“Echt wel! Kijk dan, daar! Hij pakte haar voet beet en trok hem toen, waardoor de vrouw haar evenwicht verloor en voorover viel!”
“Er ligt alleen een plasje water. Waarschijnlijk is de vrouw uitgegleden.”
Ik begin zachtjes te huilen; waarom gelooft papa nu niet dat die jongen het gedaan heeft? Ik heb het toch met mijn eigen ogen gezien?
“Niet waar, die jongen duwde haar!” snik ik.
“Nu is het wel weer genoeg geweest Jasper,” zegt mijn vader boos. “Ik breng je naar huis. Ik wist wel dat het geen goed idee was om je mee te nemen. Je verveelt je zo erg dat je van alles gaat verzinnen. Nu, blijf nog even hier rustig wachten. Ik zeg even tegen Berend en Frans dat ik je weg ga brengen.”
Hij zet me weer op de grond neer en loopt dan weg. Ik snik nog zachtjes door. Mijn papa gelooft me niet. Het lijkt zelfs alsof hij de jongen op de eerste verdieping niet ziet. De jongen kijkt nu omhoog en staart mij aan. Ik trek een boze blik naar hem en steek mijn tong uit. De jongen lijkt geschrokken en loopt dan heel snel weg. Ha, die heb ik lekker goed bang gemaakt.
“Kom je Jasper? Dan gaan we naar huis.”
Ik loop snel naar de trap toe, waar mijn vader staat te wachten. Dit keer tilt hij me niet op, maar laat hij me zelf de trap af lopen. Binnen een mum van tijd zijn we weer thuis. Mama kijkt verbaasd op.
“Nu alweer terug?” vraagt ze.
“Er is een vrouw over de balustrade van de eerste verdieping gevallen,” zegt mijn vader. “En Jasper blijft maar verzinnen dat ze door iemand geduwd is. Hij heeft zelfs een persoon verzonnen die zogenaamd op de plek van het ongeval zou staan. Volgens mij gaat zijn fantasie veel te veel met hem op de loop omdat hij voortdurend bij de beeldhouwers is.”
“O Jasper, je moet niet zomaar dingen gaan verzinnen,” zegt mijn mama streng.
“Maar het was niet verzonnen mama! Hij stond daar echt! En hij heeft mij ook gezien!”
“Jasper, hou op met die onzin en ga met je zusje spelen. Ik moet weer terug naar mijn werk, schat. Hou jij een beetje een oogje in het zeil?”
Mijn moeder knikt en mijn vader gaat weer weg, terug naar zijn werk. Mama kijkt me nog eens aan en schudt dan haar hoofd.

Nanesh's Writing Buddies

Glowing Halo
Isiyanka
Winner!
50,512 / 50,000
Lunaste
0 / 50,000
Schizy88 Winner!
75,445 / 50,000
Mrs Darcy Winner!
50,020 / 50,000




Home :: About :: Authors :: My NaNoWriMo :: FAQs :: Fun Stuff :: Donation/Store :: Forums :: Our Programs
Privacy Policy :: Terms and Conditions :: Returns Policy

Copyright © 2008 The Office of Letters and Light :: All posted novel excerpts remain copyright their authors.
Powered by Drupal