Genre: Other Genres
About DettieLocation: Castricum, the Netherlands Home Region: Age:53 Website: http://www.leestafel.info Favorite writers: Reve, Marái Favorite music: REM, Nick Cave Non-noveling interests: reading, knitting, jig saw, plants, history |
Joined: Oktober 29, 2006 This Year: Official Participant NaNoWriMo History: NaNoWriMo posts: 0 NaNoWriMo buddies: 10
|
|
|
|
Synopsis: Wies, Wil, Wilma en Wouter
Introductie
Wil en Wies zijn al jaren met elkaar getrouwd, Wil is de MAN in huis, Wies is de huismoeder en door haar is het toch een gezellig thuiskomen voor schoonzoon Wouter en dochter Wilma.
Ze wonen in een eengezinswoning in een niet al te grote plaats. Wil stapt elke morgen in alle vroegte op zijn fiets met zijn broodtrommeltje achterop. Op weg naar zijn werk koopt hij de krant, vroeger kwam daar nog een pakje sigaretten bij maar na de geboorte van zijn dochter is hij gestopt. Dat was de enige keer dat Wies ruzie met hem maakte. Die peuk eruit of ik zei ze. Na een week ging de peuk eruit.
Wouter is student en woont samen met Wilma bij de familie in. Wil vindt het maar een watje. Welke vent wil nu bij zijn schoonouders wonen… én welke vent laat zich onderhouden door zijn vrouw? Hij had voor Wilma een andere kerel in gedachte gehad. Een echte man, een beetje zoals hij.
Wies zegt altijd, wees maar blij dat het Wouter is geworden, met een andere schoonzoon was het zeker ruzie geworden gezien jouw karakter. Dat snapt Wil eigenlijk niet zo goed, maar Wies zegt wel vaker iets dat hij niet helemaal begrijpt.
Wies doet het huishouden en is daar de hele dag druk mee. Er is altijd wel een was te draaien, een kast op te ruimen, een raam te lappen, onkruid te wieden of een buurvrouw te bespieden.
Dochter Wilma werkt op de administratie van een universiteit, zo heeft ze Wouter ontmoet. Ze werkt er al jaren, officieel zo’n dertig uur per week maar dat verschilt nog wel eens.
Wouter studeert letteren en schijnt daar goed in te zijn. Waarom hij dan zo lang over zijn studie doet is Wil een raadsel. Die jongen is nu al jaren bezig maar hij hoort hem helemaal niet praten over ‘het einde is in zicht’ of nog eventjes en dan… en die meid maar werken.
Wilma is de lichtstraal in Wils leven. Goed, hij had liever een zoon gehad maar als je dan toch een dochter krijgt dan is Wilma de allerbeste die je krijgen kan. Voor haar werkt hij, voor haar leest hij de krant zodat hij haar kan vertellen wat er allemaal in de wereld gebeurt, zodat ze weet wat ze kan verwachten. De komst van Wouter was zwaar voor Wil.
Zijn Wilma bij zo’n druiloor, zo’n flapdrol, zo’n klaploper. Wil heeft van alles geprobeerd om Wouter weer weg te krijgen maar Wilma zag in haar vader niet meer de held die hij altijd voor haar was.
Het was ineens Wouter voor, Wouter na, Wouter zei dit, Wouter zei dat.
Wilma begon hem, haar vader, ook ineens tegen te spreken als hij wat vertelde. Toen hij Wouter voor het eerst ontmoette begreep hij ook hoe dat kwam. Aan die dag denkt hij liever niet meer terug.
Wouter hing toen op de bank en zwaaide naar hem. Wilma lag tegen hem aan en wat hij het meest erg vond was de blik van Wilma! Ze keek naar Wouter alsof hij God was. Met die blik keek ze vroeger naar hem! Pap dit is Wouter had Wilma gezegd. Ja, alsof hij dat niet wist!
Hij had gevraagd of het uit de mode was om op te staan en iemand een hand te geven als je werd voorgesteld en Wouter had gezegd dat het zeker niet uit de mode was maar dat hij daar niet aan deed, en zeker nu niet nu hij zo lekker met popje zat.
Popje! Zijn dochter! ‘Maar als meneer er op stond dan wilde hij wel opstaan en een hand geven. Alhoewel ze daar weinig mee op zouden schieten, ze wisten nu toch ook al wie ze waren?’
Wil had zich omgedraaid en was de kamer uitgelopen, hij hoorde nog net het gegiechel van Wilma. Dat stak hem eigenlijk nog het meest. Dat Wilma het leuk vond wat die bal gehakt zei!
Wies had Wouter gelijk een aardige jongen gevonden, maar zij vindt iedereen gelijk aardig.
Vanaf die dag had hij Wouter elke dag op de bank aangetroffen, meestal met Wilma tegen zich aan, en vaak waren ze samen een boek aan het lezen. Wilma had zelfs gevraagd of de tv uit mocht blijven want dat geluid stoorde zo tijdens het lezen. Nou dat hadden ze gedroomd! Het was en bleef zijn huis, en hij bepaalde wat daarin gebeurde!
Vanaf die tijd vond hij ze niet meer op de bank maar zaten ze boven, te lezen… hoopte hij.
Wies had op hem gemopperd, hij had zijn eigen dochter de kamer uitgejaagd. Maar dat er aan zijn dochter nog een man geplakt zat vergat ze erbij te zeggen! Soms kwamen ze nog naar beneden als er een programma op tv was die ze wel wilden zien. Maar dat waren altijd programma’s die hij niet wilde zien. Wilma had een eigen tv willen kopen, Wouter zou dan wel even een ‘kabeltje naar boven doortrekken’.
Geen sprake van natuurlijk, geen gaten in zijn huis.
Hoe ze het voor elkaar gekregen hadden weet Wil niet meer maar het kwam nu regelmatig voor dat hij naar van die educatieve programma’s zat te kijken terwijl er aan de andere kant sport was! Voor zijn verjaardag had hij zelfs een videorecorder gehad. ‘Dan kon hij lekker zijn eigen programma’s opnemen en afspelen op de tijd dat hij wilde!’ Hij wist verdorie op wel welke tijd hij wilde kijken, gewoon op de tijd dat het uitgezonden werd! Waarom keken zij niet op andere tijden? Dat kon niet werd hem verteld, het waren unieke programma's die eenmalig werd uitgezonden… Aan m’n reet had hij gezegd. Ze zetten het op CD en dan verkopen ze de programma’s, ze willen er gewoon geld aan verdienen. Maar dat was niet zo volgens Wouter, de opbrengst ging naar goede doelen. Jaja. De omroep zelf was het goede doel, dat wist hij wel zeker.
Wil had uiteindelijk maar geaccepteerd dat Wouter elke dag in zijn huis rondhing en mee at en uiteindelijk boven een ‘eigen’ kamer had om te studeren en te slapen.
Want Wies had het zo zielig gevonden dat die jongen steeds ’s avonds op zijn fietsje weer naar huis moest…
De eerste keren dat Wouter bleef slapen had Wil geen oog dicht gedaan. Bij elk geluidje stond hij al op de gang. Totdat hij daar Wouter in zijn pyjama aantrof. Hij had hem gelijk de huid vol gescholden, wat dacht hij wel, meneer de student, dat hij, Wil, zomaar alles toeliet in zijn huis? Mooi niet. ‘s Nachts geen gedonder met zijn dochter in zijn huis.
Wouter had hem stomverbaasd aangekeken en was toen heel hard gaan lachen. Had Wil nu echt gedacht dat je alleen ’s nachts ging vrijen? Hij keek wel mooier uit. ’s Nachts sliep hij, hij had z’n slaap hard nodig met al het denkwerk dat hij verrichtte. En slapen met z'n tweeën in een eenpersoons bedje? No way!
Nee, hij hoefde niet bang te zijn en kon rustig gaan slapen en hij wist toch wel dat Wilma aan de pil was? Ze was al geen maagd meer geweest toen hij haar ontmoette.
Dat laatste was een klap in Wils gezicht geweest. Zijn dochter? Geen maagd meer? Aan de pil? Waarom wist hij dat niet? Waarom had hij niets aan zijn dochter gemerkt?
Woedend was hij naar Wies gegaan, wist zij er van? Ja, natuurlijk had Wies er van af geweten, Wies wist altijd alles. Waarom had hij er dan niets van geweten?
’Nou Wil, je zag in haar nog steeds het kleine meisje’ had ze gezegd. ‘Wilma heeft het heel vaak proberen te vertellen maar je luisterde niet eens, je begon gelijk over ‘die kerels die hun poten niet thuis konden houden.’ Dat je dochter opgroeide en verlangde naar die ‘poten’ zag je niet eens. We zijn samen naar de dokter gegaan en hebben daar besproken wat het beste was. Wat had je dan gewild, een dochter van zestien met een kind?’
De volgende dag had hij het ineens gezien, zijn dochter was een vrouw geworden met alles erop en eraan. Het was aanvankelijk alsof er een vreemde in zijn huis was. Was deze mooie meid zijn kleine meisje? Waarom had hij dat niet gezien?
Hij herinnerde zich het liedje van Leen Jongewaard…
Op een mooie pinksterdag.
Als ze even kon
Liep ik met m'n dochter aan het handje in het parrekie te kuieren in de zon
Gingen madeliefjes plukken, eendjes voeren, eindeloos
Kijk nou toch je jurk wordt nat, je handjes vuil en papa boos
Vader was een mooie held, vader was de baas
Vader was een duidelijke mengeling van onze lieve Heer en Sinterklaas
Als het kindje groter wordt, roossie in de knop
Zou je tegen alle grote jongens willen zeggen "handen thuis en lazer op"
Morgen kan ze zwanger zijn
't Kan ook nog vandaag
't Kan van de behanger zijn of van een Franse zanger zijn
Of iemand uit Den Haag
Vader kan gaan smeken en gaan preken tot hij purper ziet
Vader zegt "pas op m'n kind, dat hondje bijt"
Ze luistert niet
De hele tekst weet hij niet meer precies, maar hoe waar was de tekst.
Elke keer als hij dit liedje hoorde dan voelde hij weer zijn verontwaardiging en zijn verbazing die hij die dag voelde. Zijn kleine meisje was ineens een roossie in de knop geworden. En nu was zijn roossie getrouwd met meneer de student. Wouter had het zowaar netjes aan hem gevraagd. Waarom dát nou wel zo officieel moest, ontging hem helemaal maar toch had het hem wel wat gedaan. Hij bleek toch de man in huis, de vader, degene die het voor het zeggen had. En ach, kwaad was die jongen niet, hij was nu wel aan hem gewend, en Wouter en Wilma waren gek op elkaar, dat was wel duidelijk. Maar het wordt wel eens tijd dat die jongen afstudeert en gaat werken!
.
Met een schok wordt Wil wakker, hoe laat is het? Het is al licht buiten, hij had al op z’n fiets moeten zitten! Hij springt uit bed en brult in de deuropening Wies! Waarom heb je me niet wakker gemaakt! Ik kom nu veel te laat op m’n werk en dat terwijl ik een OR vergadering heb. Kan ik dan ook niets aan je overlaten? Heb je m’n brood al klaar. Wies! Waar ben je! Met een knal gooit hij de slaapkamerdeur dicht maar twee seconden later wordt die met eenzelfde klap weer opengegooid. Zijn dochter kwam in een enorm T-shirt woedend de kamer binnenlopen.
”Papa! Het is zondag! Je schreeuwt het hele huis wakker. Wouter en ik lagen nog net zo lekker te slapen maar jij moet weer zonodig tekeer gaan! Het is elk weekend wel raak. Kan ik eens één keertje gewoon uitslapen zoals andere mensen dat doen! Ik werk ook weet je!”
Met dezelfde vaart stampte ze de kamer uit en ze sloeg de deur zo hard dicht dat de ramen in hun sponningen rammelden.
”Wel #@### wat dacht dat kind wel! Getrouwde vrouw of niet, dit hoefde hij niet te pikken van haar.
Hij stormde de slaapkamer van zijn dochter binnen, die op het punt stond in bed te stappen… ze was spiernaakt. En Wouter had ook zijn adamskostuum aan. Snel sloeg hij zijn hand voor z’n ogen maar zijn boosheid was weg. Hij schaamde zich dood. Dat overkwam hem weer. Hij mompelde nog wat dat hij zich vergist had en dat ze niet zo moest schreeuwen en overwacht zijn kamer binnen moest rennen want ze besefte wel dat dat niet kon, wie weet waren haar moeder en hij, nou ja…
Wouter begon te lachen, ‘Haal je handen maar weg vader (hij zei altijd vader in plaats van pa), we liggen nu keurig onder het dons. En jou betrappen bij de daad? Die tijd heb jij toch al gehad. Het enige wat nog wel eens vervelend voor jullie kan zijn is dat we jullie dan zonder gebit zien, maar zonder kleren, nee dat lijkt me sterk. Ik hoor nooit een enkel geluidje uit jullie kamer komen behalve een hoop gesnurk.
Wouter! Berispte Wilma hem, dat zeg je toch niet. Bovendien wat weet jij er nou van… vroeger toen we het nog stiekem moesten doen maakten we toch ook geen geluid, tenminste papa heeft nooit wat gemerkt… Hè pap? Haar grote blauwe ogen staken vragend boven het dekbed uit.
Die verd… meid. Flikte ze het weer, als ze hem zo aankeek dan kon hij niets meer zeggen, dan klapte hij dicht.
Mopperend liep hij de kamer uit en slofte naar beneden waar Wies de dikke weekendkrant zat te lezen. Ook dat nog, ze wist dat hij als eerste de krant wilde hebben, dan was hij nog vers en zonder kreukels. Hij had een gloeiende hekel aan een gelezen krant. Bovendien wilde hij als eerste weten wat er gebeurd was.
Wies vouwde vlug de krant op, pakte zijn beker met beertjes (lang geleden gekregen van Wilma) schonk hem vol en zette de koekenpan op het vuur.
’Wat was dat nou voor geschreeuw?’ vroeg ze, ‘dacht je weer dat je je verslapen had? Maar waarom hoorde ik Wilma ook schreeuwen? Wat deed je nu weer Wil?’
Die verdomde meid liep zomaar de slaapkamer in omdat ik jou riep en ze begon mij te vertellen dat zij werkte en ook wel eens wilde uitslapen. Ik niet zeker? Wat denkt ze wel? Tegen mij zo tekeer gaan, tegen haar vader! Dat had ik vroeger niet hoeven te doen!
’En wat deed jij toen?’
’Ik ging haar achterna en wat denk je? Waren ze alletwee helemaal bloot! Bloot in bed! En die gehaktbal moest nog lachen ook! Hij zei dat wij HET zeker nooit meer deden, hij hoorde alleen maar gesnurk.’
’Nou’, zei Wies, ‘daar heeft hij ook wel gelijk in’.
’Ja, begin jij ook nog eens!’ Ik werk hard en het is bekend dat mensen dan ook hard snurken.’
’Nee, dat bedoel ik niet, ik bedoelde dat we het nooit meer doen.’
Met een ruk draaide Wil zich naar Wies.
’Wat bedoel je? Dat is toch normaal als je ouder wordt? Dan heb je daar toch geen zin meer in, ik niet
tenminste, daar ben ik ’s avonds veel te moe voor! ‘
‘Ja dat weet ik’, zei Wies met een zucht, ‘maar in het weekend ben je ook moe en in de vakantie ben je ook moe. Ik kan me niet eens meer herinneren wanneer we… nou ja… je weet wel. Eens denken…
We moeten het na ons trouwen nog wel een keer gedaan hebben want we hebben Wilma’, zei ze peinzend… ‘Of wacht toen na dat feest bij de buren… oh nee, toen viel je in slaap op de wc.’ O ja, toen in dat hotel waar je die serveerster zo leuk vond, Wilma was nog klein. Eens zien dat was toen ze 3 was en nu is ze…
‘Ja ik weet wel hoe oud mijn dochter is, snauwde Wil.
’26 is ze nu’, zei Wies verbaasd, ‘we hebben al 23 jaar niet…’ Ze keek Wil geschokt aan. ‘23 jaar! Een mens zou voor minder gaan scheiden…‘
’Wat krijgen we nou?’ Vroeg Wil. ‘Gaan we ineens klagen? We hebben het toch best voor elkaar samen? Moet dat nu ineens anders? Heb je weer in die stomme vrouwenblaadjes zitten lezen? Met al die flauwekul daarin? ’Mijn man begrijpt me niet’, ‘Mijn man leest de hele dag alleen maar de krant of ‘Wie is die man die zondags aan tafel zit!’
Werk je je kapot en dan begint thuis je vrouw nog eens te zeuren. ‘Wat ben je stil, is er iets? ‘Heb je het druk gehad, je bent zo kortaf.’ ‘zullen we eens uit eten gaan dan kunnen we weer eens praten?’
Die vrouwen begrijpen niet dat een man gewoon moe is ’s avonds. Hij heeft de hele dag al gezanik gehoord. Moet dat ’s avonds ook nog een keer? Een man wil gewoon lekker languit op de bank met z’n biertje in z’n ene en de afstandsbediening in de andere hand.’
’Niet alle mannen!’ beet Wies hem toe.
’Wouter is heel anders. Hij neemt af en toe iets mee voor zijn vrouw, en kookt voor haar in het weekend of neemt haar mee uit eten. Hij zegt dat ze er leuk uit ziet en dat ze lief is en ze doen allemaal leuke dingen samen, en ze douchen ook samen en … nou ja… dat zij HET wel doen dat hoor je wel, ook al doen ze nog zo zachtjes.’
Ja lekker makkelijk! Wouter werkt niet! Dat slampampertje is dus ook nooit moe. En iets voor haar kopen en haar uit eten nemen… dat is dan van haar geld! Hij verdient niets!
’Wat weet jij daarvan!’ zei ze. Jij hangt voor de tv en praat nooit met hem. Je zit alleen maar commentaar te leveren op de tv-programma’s. Om 10 uur ga je naar boven en twee tellen later slaap je. In het weekend zit je in de keuken achter je krant of ben je vissen. Wat weet jij van ons leven? En ik, ik ben je huishoudster, de moeder van je kind maar wat ben ik voor de rest? Alleen maar dat iets, dat mens waar je tegenaan kan zeuren… Wies werd steeds kwader. Wil had haar nog nooit zo meegemaakt. ‘Je zou me in een vreemde omgeving nauwelijks herkennen want je kijkt me niet eens meer aan. En als dat zo doorgaat Wil, beet ze hem toe, dan ga ik weg!
Wouter was opgestaan en stond vlak voor Wies. “Zeg als die Wouter zo’n effect op je heeft dan rotten ze maar op! Wat denkt hij wel, mijn eigen vrouw zo tegen me opzetten! “
Zo dom ben je nu, zei Wies, het ligt gelijk aan Wouter! Dat ik ogen in mijn hoofd heb komt niet eens in je op. Het enige wat ik zie, is hoe het ook kan, en ja daar praat ik wel eens met je dochter en haar man over en weet je wie het dan voor je opneemt? Niet je dochter, maar Wouter!
Hij zegt altijd dat jij er niets aan kan doen, dat je ook maar een product van je opvoeding bent. Dat het vroeger zo ging, de mannen hadden het voor het zeggen en vrouwen hadden maar te gehoorzamen. Wouter weet zeker dat je het allemaal goed bedoelt maar gewoon niet beter weet!’
Wouter voelde de woede door z’n lijf gieren.
Oh weet meneer de professor dat! Wat goed van meneer de professor! Die man gaat ons huis uit, met z’n rare praat! schreeuwde hij.
’Je doet maar’ zei z’n vrouw rustig, ‘dan ben je ook gelijk je dochter kwijt’. En weet je wat Wouter ook zegt, dat schreeuwen een zwaktebod is! Ik doe het ook, maar praten met jou heb ik toch al nooit gekund. Wies stond op, haar ogen stonden vol tranen. ‘Snap je dan niet dat ik ook een vrouw ben en ook wel eens gezien wil worden als vrouw? Ik ben er trouwens vandaag niet, vervolgde ze, ik ben naar m’n moeder, ze wil dat ik permanent zet bij haar, voor het eten ben ik weer thuis.
Ze zette het bord met brood en gebakken ei voor hem neer, streek door z’n haar en ging de gang in. Even later sloeg de voordeur dicht.
Hij zag haar sjouwen met een tas vol spullen. Ze zag er moe uit zag hij, ze sjokte een beetje, haar schouders bogen naar voren alsof ze een zware last droeg. Ze had gelijk, hij had haar al heel lang niet meer echt gezien. Hij wist eigenlijk niet eens wat voor kleur ogen ze had. Blauw, bruin? Ze was er gewoon altijd. Even slikte hij en schudde toen z’n hoofd. Die verdomde Wouter!
’s Avonds vroeg Wil of Wouter en Wilma nog iets speciaals op tv wilden zien. Hij had gehoord dat er op zondagavond een nieuw programma over boeken zou komen, misschien was dat wel wat voor Wouter. Wil merkte dat ze hem verrast aankeken en helemaal toen Wil vroeg of Wouter ook een biertje lustte. Dan kon hij dat gelijk voor hem meenemen.
Tegen tien uur volgde het gebruikelijke ritueel, Wil maakte zich klaar voor de nacht. Deed de deuren op slot en wenste iedereen weltrusten. Maar midden in de nacht hoorden Wouter en Wilma moeder roepen en lachen… Wil, je kriebelt me! Wat ben je aan het doen? Wil?…
Wil!!!
----------------------------
Maandag 2 november
De hele familie zit aan het ontbijt. Wies neuriet tussen het eten door en Wil is uitermate goed te spreken. Wouter en Wilma maken dubbelzinnige opmerkingen maar de ‘ouwelui’ reageren niet.
Totdat Wilma zegt: “Heb je toch naar Wouter geluisterd pap?”
Wil glimlacht en schudt van nee.
”Maar pap, we hoorden jullie eh… nou je weet wel!”
Wil glimlacht en knikt van ja.
“Pahaaaap, ben je nou niet blij dat Wouter wat zei?”
Wil knikt weer van ja. En daar kan Wilma het mee doen.
Zoals gewoonlijk loopt Wies heen en weer te draven met geroosterd brood, de krant, de eieren, de jam…
”Weet je”, zegt Wil opeens, “jullie waren gisteren piemelnaakt en daar moet ik steeds aan denken.”
“haha ik was niet piemelnaakt pap, dat kan niet eens.” grapt Wilma.
Neenee, nu even geen grapjes, ik wil jullie wat vragen. “Slapen jullie altijd zo? Zo zonder onderbroek?”
“Ja vader, dat is toch doodnormaal?”antwoordde Wouter. “We zijn toch ook zo geboren dus wat is er dan voor raars aan om zo te slapen?”
”Dat bedoel ik niet, of het raar is of niet, maar het lijkt me zo onhandig! Stel je ligt je in bed en je voelt een wind aankomen, wat doe je dan? Ga je die in liggen houden? Of laat je hem vliegen zoals bijna iedereen doet? Ik laat hem bijvoorbeeld altijd gaan, anders lig ik de hele nacht te krampen maar heb wel dat er soms wat flodderigs meekomt.
Hebben jullie dat niet? En wat doen jullie dan? Blijf jullie daar dan in liggen tot de volgende morgen? En wat doe je als je heel nodig moet en er valt al een drupje en je hebt net schone lakens op bed?
Doe je dan wéér schone lakens op bed? Of anders gezegd gooi je die boel dan in de wasmachine?
”Nou paaa, wat zijn dat nu weer voor vragen?
“Nee popje, vader heeft wel een punt daar. Ik maakte me er wel makkelijk van af met we zijn ook zo geboren. Ik zat me net te bedenken dat we juist nadat we geboren zijn als eerste een luier om krijgen juist vanwege waar je vader het nu over heeft.
We kunnen wel, als we wat ouder zijn, onze urine en uitwerpselen ophouden maar jij en ik weten ook dat wij ’s nachts ook vrij makkelijk zijn. De keren dat ik met het dekbed heb liggen wapperen omdat jij weer flink lag te knetteren zijn niet op twee handen te tellen. Maar ik heb er nooit bij stilgestaan hoe onhygiënisch naakt slapen eigenlijk is.
Nu is het natuurlijk wel uitermate plezierig om zonder barricaden de vesting te kunnen nemen maar je vader heeft gelijk, naakt slapen is smerig!”
Verbluft kijkt Wil zijn schoonzoon aan. Krijgt hij gelijk van die lamstraal? Dat had hij niet verwacht.
Hoe bestaat het! .
”Popje, in vervolg houden wij onze onderbroek aan in bed.” Zegt Wouter beslist.
“Nou pap je wordt bedankt! Heeft het me jaren gekost voordat ik naakt durfde te gaan slapen, omdat jullie, en vooral jij, zo dicht in de buurt waren en net nu ik er plezier in begin te krijgen, krijgen we dit!”
“Als ik het eerder geweten had, dan had ik het ook eerder gezegd popje!” aapt Wil Wouter na.
”Maar popje vertelt nooit meer wat aan haar vader, want popje heeft het druk met werken en met Wouter en met van alles en nog wat.” Sneert Wil verder.
Bovendien, zoals ik al zo vaak gezegd heb, heet mijn dochter Wilma! Geen popje! zo noem je haar in je eigen vertrekken maar. Mijn dochter is naar mij vernoemd en daar ben ik trots op! En van mij part slapen jullie in een berenvel of met veren in je kont maar ik wilde dat gewoon even weten. Bespaar me jullie bedverhalen! Ik vertel jullie onze verhalen ook niet!”
Wies mompelt dat er tot eergisteren ook niets te vertellen viel maar alleen de kat hoort haar en die rekt zich nog eens knipogend uit.
Wouter springt op en helemaal tegen zijn gewoonte in wordt hij kwaad.
“Als ik haar popje wil noemen, dan noem ik haar popje! Begrepen! Ik noem haar juist géén Wilma omdát ze naar jou genoemd is!
Het enige wat jij kan doen is zeuren en zaniken en nu zei je eindelijk eens wat zinnigs, waar ik écht van opkeek bij jou, ik wist niet eens dat je zo ver kon denken! en dan begin je ineens weer te zeuren over Popje! P- O- P-J- E , POPJE! Wouter spuugt het laatste woord bijna in Wil’s gezicht.
Ja ik noem jouw Wilma popje en dat zal ik blijven doen tot ik dood neerval, zo helpe mij God almachtig! Wouter staat dreigend, op zijn tenen, met zijn armen wijd voor zijn schoonvader.
Wies slaat gauw een kruisteken, Gods naam mag niet ijdel gebruikt worden is haar stelregel. Niet dat ze echt gelooft maar je weet maar nooit.
“Oh nou, kalm maar” bromt Wil. Maar ik erger me nu eenmaal aan dat popje. Ze is geen popje, ze is Wilma, maar goed, goed als jij haar popje wilt noemen dan noem jij haar popje.
Zeg Wies, zei Wil, zich omkerend naar zijn vrouw. Toen ik vanochtend wakker werd bedacht ik dat we
wel eens samen naar dat nieuwe ding hier op de hoek kunnen. Je weet wel… met die gekke naam.
“Naar die shoarmatent?”
”Oh heet dat zo?” Nou ja, daar naartoe ja. Daar kun je toch eten en Bas van kantoor zei dat het verdomd lekker was en niet duur.”
”Pap dat zou ik niet doen hoor”, zei Wilma. “Je… “
“Wat nu weer, wil ik een keer je moeder mee uit eten nemen en dan begin jij weer te zaniken.”
‘Ik zou dat niet doen vader.“ zei ook Wouter en zelfs Wies schudde van nee.
”Wat is er nou? Ik neem jullie moeder mee naar die shoramatent.
Shoarma pap.
Nou Ja, hoe het ook heet en nu geen gezeur meer van jullie. Wies vanavond eten wij daar! En nu vertrek ik, het is de hoogste tijd, ik zou nog te laat komen met al dat onderbroekengeklets.
Wil kuste zijn vrouw en gaf haar zo’n vette knipoog dat ze bloosde tot achter haar oren.
Wouter die het gezien stootte een soort wolvengejank uit waarop de kat onmiddellijk onder de kast dook.
’s Avonds zat Wies opgedoft klaar voor haar etentje. Wilma was extra vroeg thuis gekomen en had haar moeders haar gedaan en haar zelfs een beetje opgemaakt. Wies vond die lippenstift maar niets maar ze hield haar mond maar, het kind bedoelde het zo goed.
Tegen zes uur kwam Wil binnenstormen. “Ben je klaar Wies, dan gaan we gelijk.”
”Ja maar Wil, ik moet je wel iets zeggen… je moet eerst iets weten “
”Dat vertel je onder het eten maar, we gaan nu, volgens Bas is het er altijd heel druk dus laten we er bijtijds naar toe gaan.
Wies haalde haar schouders op en zei “Zeg niet dat ik je niet wilde waarschuwen!”
Uitgezwaaid door Wouter en Wilma vertrokken ze.
Uren later kwamen ze weer thuis, Wies met hoogrode wangen en Wil spierwit. Hij rende gelijk door naar de wc.
” hoe was het?” vroeg Wilma voorzichtig.
”Nou kind het was érg leuk, giechelde Wies. Onderweg kwamen we Bas met zijn vrouw tegen, een heel leuke man overigens, die gingen daar ook eten. Je kent Wil hè. gelijk hele verhalen, geen speld meer tussen te krijgen. Wij naar binnen en ik maar proberen contact te krijgen met je vader, maar nee hoor, dat lukte echt niet. Ondertussen bestelde hij shoarma voor ons. Ik zei nog, neem dat nou niet maar je vader wilde per se shoarma, net als Bas. Dus dát werd gebracht en je vader was zo druk dat hij zonder erg alles opat. Hij vond het kennelijk erg lekker. Ik probeerde hem nog tegen te houden maar ja je weet hoe hij is hè als hij eenmaal op dreef is, dan ziet of hoort hij niets meer.
Hij bestelde zelfs nóg een shoarma, en nam er bier bij en nog een bier. Het werd steeds gezelliger, ik zat leuk te praten met die vrouw van Bas. Wij hadden lekker een wijntje erbij. Maar ondertussen hield ik je vader wel in de gaten en ja hoor, hij werd stiller en stiller en witter en witter. En toen begon het, rennen naar de wc natuurlijk.
Die arme man van de shoarmazaak was helemaal van slag, hij dacht dat het door zijn eten kwam, de stakker. Ik heb hem maar gelijk gerustgesteld en verteld dat je vader niet tegen knoflook kan.
“Maar waarom eet hij dan shoarma? Vroeg de man nog.
Tja, om dat uit te leggen is nogal moeilijk zoals jullie begrijpen. Iemand die vader niet kent zal er niets van begrijpen.
De wc werd doorgetrokken en Wil kwam kermend de kamer binnen. Waarom heb je verdorie ook niets gezegd? Je weet toch dat ik niet tegen knoflook kan.
Ja Wil, je wilde de hele tijd niet naar me luisteren. Ik heb honderd keer proberen te zeggen dat er knoflook in zit, maar je had het veel te druk. Eigen schuld, dikke bult.
Maar ik heb een erg leuke avond gehad! Dankjewel! Ze gaf hem een dikke kus op zijn voorhoofd. Ik ga naar bed, ik ben geloof ik een beetje tipsy…
Ja ik ga ook naar bed, mopperde Wil, misschien gaat die kramp dan wat over.
“Zeg vader… zei Wouter… Eén advies…hou wel je onderbroek aan!
-----------
dinsdag 3 november.
“Goedemorgen Wouter, is Wilma al naar haar werk?” Vroeg Wies.
“Ja, we willen vanmiddag naar de speciale middag over Oeroeg, het boek van Hella S. Haasse.
De film wordt vertoond en de hoodrolspeler komt ook om te praten over Oeroeg en vooral over Nederlands Indië.”
Dat boek wordt nu gratis weggegeven door de bibliotheek in het kader van “Nederland leest”. Het is de bedoeling dat iedereen het leest en er dan over gaat praten. Het is een Amerikaans idee. Maar of dat hier in het afstandelijke Nederland gaat lopen… Ik betwijfel het.”
Wies zuchtte even “Dat boek moest ik vroeger voor Nederlands lezen en ik vond het verschrikkelijk. Met al die rare woorden er in, ik begreep er eigenlijk allemaal weinig van. En die Hella Haasse was ook al zo’n vreemde, ze kwam toentertijd vaak op tv in een programma… nu ben ik de naam kwijt… het was een satirisch programma. Mijn ouders vonden het vreselijk, dat weet ik wel, dus we keken er haast nooit naar. Ik kon daardoor nooit meepraten op school met de anderen die het natuurlijk wél mochten zien.
Trouwens dat hele boek zal nu wel anders bekeken worden. Toen waren Indonesische mensen nog vrij bijzonder in Nederland. Gekleurde mensen zag je nog niet zoveel als nu. Ze waren bijna een bezienswaardigheid, en dan dat gekke taaltje en dat eten… dat stonk vonden veel mensen.
Ook werden ze vaak geplaagd, bij ons in de straat riepen ze altijd: Pinda, pinda, lekka, lekka, als onze nieuwe buren op straat kwamen. Maar ze bleven altijd vriendelijk, ongelofelijk eigenlijk, ze glimlachten altijd! Voor mij was het heel vreemd dat de hele familie altijd bij elkaar zat en zo vaak muziek maakten. Iemand had altijd wel een gitaar bij zich en dan begon er altijd wel een tante of oom te zingen. De oudere mensen begonnen dan vaak te huilen. Niet met harde snikken of zo maar heel stil. Je zag alleen tranen over hun wangen, die veegden ze dan snel weg. Vanaf het begin dat ze naast ons woonden mocht ik binnenkomen en ze gaven me altijd wat lekkers te eten. Dat was geweldig natuurlijk, wij kregen thuis haast nooit snoep en aten al helemaal geen rijst of knoflook.
Als kind vond ik het zulke mooie mensen, nog trouwens. Ze waren zo klein en zo dun en die mooie kleren! De oude vrouwen hadden allemaal lang haar wat ze in een knotje droegen, maar het allerlekkerste was die lucht. Als je binnenkwam rook je iets heel speciaals, dat je neus prikkelde. Dat kwam niet door het eten. Later wist ik wat het was, de kokos die ze in hun haar smeerden. Ik heb nu nog dat ik de oma van mijn buurmeisje zie als ik kokos ruik.
En ook hun handen vond ik zo mooi, zo slank en ze konden hun vingers zo ver achterover buigen. Daar heb ik heel lang op geoefend om dat ook te kunnen maar het is me nooit gelukt.”
Mijn moeder had er een hekel aan als ik bij hun kwam, ze vond dat mijn kleren dan zo vies roken. Maar ze werkten als een magneet op me. De moeder van m’n buurmeisje was altijd heel lief tegen me. Ze aaide me altijd heel zacht over m’n hoofd of smeerde me ’s zomers in met iets wat heel lekker rook, zodat ik niet zou verbranden in de zon. Als ik verkouden was dan wist zij altijd wel iets te maken waardoor het zo over was. Ze maakte trouwens voor de hele straat drankjes en zalfjes. Ik durfde nooit tegen m’n moeder te zeggen dat de buurvrouw mij dat gaf, want zij vond al die brouwseltjes maar niets. “Wie weet stopt ze er wel vergif in” zei m’n moeder dan. Verschrikkelijk vond ik dat.
Mijn moeder had een hekel aan alles wat anders was. Alles moest zoals zij het gewend was en niet anders. Zondags naar de kerk, je netjes gedragen, beleefd zijn en alles kraakhelder in huis… zo hoorde het en niet anders. Een boek lezen was voor luie mensen.
Nu ik het zo zeg lijkt ze eigenlijk wel een beetje op Wil, op vader. Die houdt er ook zulke starre ideeën op na. Maar ja, waar was ik ook alweer gebleven. O ja, de buren…
Wacht ik heb denkelijk nog wel een foto van het buurmeisje.
Wies dook in de kast en kwam met een klein fotoalbumpje terug. Ze bladerde zoekend tot ze de foto gevonden had. Het was een vale gekleurde foto met tamelijk brede witte raden.
Wouter zag een mooi meisje met een wit jurkje en een grote witte strik in het haar verlegen bij een grote rieten stoel staan. De stoel zag er uit als een troon. Aan de achterkant waaierde de stoel uit als een pauwenstaart. Op de stoel zat een smalle tengere vrouw in sarong. Ze neeg iets naar rechts, naar het kind. De hechte band tussen de twee was overduidelijk.
”Dit was de buurvrouw en dat was Adisa, mijn buurmeisje.”
”Was? Vroeg Wouter, “Leven ze niet meer?”
”Ach jongen, dat zou ik niet weten. Eigenlijk ging het net als in het boek. Ik groeide op met Adisa, we waren echte hartsvriendinnen. Adisa praatte keurig Nederlands maar zo gauw ze thuis was verviel ze in het Indonesisch, ik kon toentertijd een aardig woordje meepraten in hun taal maar jammer genoeg ben ik veel woorden vergeten. Maar ik was katholiek en moest van m’n moeder en moest van m’n moeder na de lagere school naar een katholieke school. Omdat Adisa niet katholiek was werd zij daar niet naar toegelaten. Achteraf voor haar maar beter ook want mijn school was niet zo best maar wel heel erg streng. De school van Adisa was veel vrijer. Zij gingen met z’n allen naar Parijs of Londen terwijl wij naar een jongerenhotel gingen vlakbij een klooster en vormingscentrum. Ik ben nog heel lang een naief meisje gebleven, die totaal niet wist wat er in de wereld te koop was.
Maar Adisa wist het wel. Wat zij zag beviel haar niet erg, vooral de manier waarop de Nederlanders met Indonesische mensen omgingen niet. Mijn buurvrouw wilde heel graag terug naar haar geboorteland maar haar man had een goede baan hier, dat kon je ook niet zomaar opgeven. Bovendien was alles in Indonesië ook verandert. Het was inmiddels onafhankelijk geworden. Soeharto was nu president van Republiek Indonesië en ook hij was net als Soekarno geen lekker ventje. Wat zou ze aantreffen als ze terug zou gaan. Bovendien waren de kinderen erg vernederlandst.
Adisa wilde wel naar Indonesië reizen, samen met haar moeder, om te kijken of een leven daar eventueel weer mogelijk was.
Nadat ze het VWO met succes afgerond had ging ze werken en ze werkte enorm hard om de reis en het verblijf te kunnen betalen. Toen was het nog niet zo gewoon dat je heel de wereld rondvloog. Een reis naar Indonesië was onvoorstelbaar duur.
Adisa werkte ook ’s avonds in een luxe-restaurant en daar werd enorm over geroddeld. Ze was een mooie meid en ze ging vaak ’s avonds netjes aangekleed de deur uit. Al snel deed het gerucht de ronde dat ze prostituee was. De een had haar in Amsterdam achter de ramen zien zitten, de ander had haar zien tippelen, je kent het wel, geroddel alom. Daardoor werd Adisa steeds afstandelijker naar iedereen toe.
Natuurlijk wist ik dat het niet waar was, natuurlijk werkte Adisa gewoon in dat restaurant. Dat had ik zelf gezien, maar de kracht van roddels is ongekend. Ik begon ook te twijfelen. Adisa had al snel een autootje, dat had lang niet iedereen toen. Ze had het gekocht om onafhankelijk te zijn van vervoer. Het werd vaak laat in het restaurant, en voor alles opgeruimd was reed het openbaar vervoer niet meer. Dan moest altijd haar baas of een collega haar naar huis brengen, dat wilde ze niet meer. Ze vertelde me dat ze dan vaak lastig gevallen werd door hen. Maar ze wilde haar baan niet kwijt, het betaalde goed en ze kreeg flinke fooien.
Maar mensen werden jaloers, hoe kwam zo’n meid aan een auto? Dat ze van ’s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat werkte vergaten ze voor het gemak maar. Dat het autootje heel oud was wilde ook niemand zien. Iedereen wist waarvoor Adisa zo hard werkte maar de jaloezie was veel sterker.
De mensen uit de straat gunde het hun buurvrouw niet, dezelfde vrouw die midden in de nacht kwam als hun kind doodziek was. Alles leek wel vergeten.
Het kwam steeds vaker voor dat de spiegels van de auto ’s ochtends stuk waren, dat de banden leeg geprikt werden en het ging van kwaad tot erger. Het leek wel of alle agressie die iemand in zijn lijf kan hebben op hun gebotvierd werden.
Ik begreep die haat niet en probeerde wel altijd mijn vriendin, mijn buren te verdedigen. Maar toch… die angel zat in m’n lijf, de kwaadsprekerij had zijn werk gedaan. Ik begon ook te denken dat ze wel heel erg laat weer thuis kwam, bleven mensen écht zo lang eten? Zou ze dan toch…
De toestand in de straat werd onhoudbaar. Mijn buren, en vooral die lieve zachte buurvrouw van me, werden onophoudelijk gepest. En op een avond kwam ik thuis en toen waren ze weg, het huis stond leeg. Ik was er kapot van. Waarom had Adisa me niets verteld?
Achteraf hoorde ik dat mijn moeder de grootste hand in het vertrek heeft gehad. Zij blijkt de roddels op gang te hebben gebracht én anderen opgejut te hebben steeds wat met die auto uit te spoken. Ik schaam me nog daarom. Maar ik moet eerlijk zeggen dat ik ook niet helemaal zuiver ben. Zou Adisa dat gevoeld hebben? Dat ze daarom niets vertelde over hun verhuizing? Was ze bang dat ik het zou verraden dat ze weg gingen? Zouden ze bang zijn geweest dat mensen dan hun spullen zouden afpikken of kapotmaken tijdens het verhuizen? Ik ben vlak daarna nog naar het restaurant gegaan maar Adisa is vanaf de dag van de verhuizing ook daar weggebleven. Ik zou heel graag willen weten hoe het met haar en haar moeder is, als die vrouw nog leeft tenminste.”
Vol liefde streelde moeder de gezichten op de foto in het album.
Het bleef even stil. Wouter en Wies keken elkaar even aan en Wies haalde verontschuldigend haar schouders op. “Ik wist écht niet dat ze weg gingen, ik heb mezelf vaak afgevraagd of ik meegegaan zou zijn als ze me dat gevraagd hadden”. Met een bibberende stem gaat ze verder “Ik hield erg veel van ze, maar dat besefte ik pas goed toen ze weg waren. Ik heb overal naar ze gezocht, keek in elk restaurant of Adisa daar toevallig werkte. Later heb ik nog vaak in telefoonboeken gekeken en mensen met hun naam gebeld. Altijd was het iemand anders. Ik heb ze nooit meer gevonden laat staan teruggezien helaas.”
Wouter slaat z’n arm om Wies heen. “Moeder je bent een doodgoed mens, ik weet zeker dat je hun nooit echt zal hebben laten stikken als de nood aan de man was gekomen. Dan had je ze geholpen en ze verdedigd. Maak je daar nu niet druk over.”
Vrijdag 6 november 2009
Het bleef even stil. Wies zuchtte eens diep en borg het fotoalbum weer in de kast. Maar eh, jullie gaan dus naar de film vanmiddag.
Ja moeder, zei Wouter, we gaan naar Oeroeg en daarna kan je praten met de hoofdrolspeler van de film. Wies keek Wouter even aan. Wat moet de hoofdrolspeler nu vertellen over dat verhaal? Is hij ook opgegroeid in Indonesië? Is hella haasse er zelf ook?
Nee zuchtte Wouter, was dat maar waar. Die zou ik nou eens graag willen spreken, maar zo vaak komt ze niet naar besprekingen of van dit soort middagen.
Maar waarom is die acteur er dan, wat heeft hij nou te vertellen vroeg Wies weer.
Tja moeder, dat zou ik zo ook niet weten, maar ik wil die film graag zien. Het boek vind ik aangrijpend en mooi en nu ben ik wel eens benieuwd hoe ze zo iets verfilmen. Waarom ga je niet met ons mee?
Meen je dat nou? Vindt Wilma dat niet vervelend om haar moeder mee op sleeptouw te nemen?
het is jullie middag weg.
Welnee moeder, ze zal juist blij zijn dat je er ook eens uit gaat. Zo vaak ga je nou ook weer niet weg, en als je gaat dan is het naar de kroeg hier op de hoek omdat vader nergens anders naar toe wil. Maak je maar geen zorgen, Wilma zal het geweldig vinden.
Wilma bleek het zelfs zo geweldig te vinden dat ze haar moeder met een harde gil om haar nek vloog.
Mam, wat vind ik dat nou leuk dat je meegaat! Wat een goed idee van Wouter! Wat stom dat ik daar niet op gekomen ben, ik had nooit gedacht dat je dat interessant zou vinden.
Kom moeder we gaan! We schrijven een briefje voor papa mocht het wat lang duren, dan weet hij waar we zijn. Ze trokken hun jas aan en vertrokken. Wies liep tussen hen in en genoot!
Vrijdag 6 november 2009
Het bleef even stil. Wies zuchtte eens diep en borg het fotoalbum weer in de kast. Maar eh, jullie gaan dus naar de film vanmiddag.
Ja moeder, zei Wouter, we gaan naar Oeroeg en daarna kan je praten met de hoofdrolspeler van de film. Wies keek Wouter even aan. Wat moet de hoofdrolspeler nu vertellen over dat verhaal? Is hij ook opgegroeid in Indonesië? Is hella haasse er zelf ook?
Nee zuchtte Wouter, was dat maar waar. Die zou ik nou eens graag willen spreken, maar zo vaak komt ze niet naar besprekingen of van dit soort middagen.
Maar waarom is die acteur er dan, wat heeft hij nou te vertellen vroeg Wies weer.
Tja moeder, dat zou ik zo ook niet weten, maar ik wil die film graag zien. Het boek vind ik aangrijpend en mooi en nu ben ik wel eens benieuwd hoe ze zo iets verfilmen. Waarom ga je niet met ons mee?
Meen je dat nou? Vindt Wilma dat niet vervelend om haar moeder mee op sleeptouw te nemen?
het is jullie middag weg.
Welnee moeder, ze zal juist blij zijn dat je er ook eens uit gaat. Zo vaak ga je nou ook weer niet weg, en als je gaat dan is het naar de kroeg hier op de hoek omdat vader nergens anders naar toe wil. Maak je maar geen zorgen, Wilma zal het geweldig vinden.
Wilma bleek het zelfs zo geweldig te vinden dat ze haar moeder met een harde gil om haar nek vloog.
Mam, wat vind ik dat nou leuk dat je meegaat! Wat een goed idee van Wouter! Wat stom dat ik daar niet op gekomen ben, ik had nooit gedacht dat je dat interessant zou vinden.
Kom moeder we gaan! We schrijven een briefje voor papa mocht het wat lang duren, dan weet hij waar we zijn. Ze trokken hun jas aan en vertrokken. Wies liep tussen hen in en genoot!
Zaterdag 7 november
Wil liep te neuriën door het huis, iets wat zelden voorkwam, zeker in de ochtend niet. Had die schoonzoon van hem, die bal gehakt toch ineens een baan! Hij kon gelijk aan de slag, en heel veel thuis werken.
Gisteravond was Wil thuis gekomen en had niemand thuis aangetroffen, hij had zwaar de smoor in gehad. Komt ie notabene op vrijdagavond in een leeg huis. Zijn weekend begon met een koud en kil huis zonder warme hap op het fornuis! Hij dacht eerst dat er een grap met hem was uitgehaald. In heel zijn huwelijk was dit nog niet voorgekomen. Even was hij geschrokken, Wies zou er toch niet vandoor zijn? Zoiets zei ze wel van de week. Maar daarna… nou het ging nu toch weer beter tussen hun? Ze deden nu toch ook dááraan? Gelukkig vond hij in de keuken het briefje van Wilma. Ze waren naar de film en daarna een bijeenkomst ‘het kon wel eens wat later worden’.
Om zeven uur waren ze er nog niet. Wat bedoelde ze eigenlijk met ‘wat later’? Midden in de nacht soms? Om de paar minuten keek hij uit het raam de straat in en eindelijk, tegen achten, zag hij ze aankomen. Vlug zette hij de tv aan en deed net alsof hij al een hele tijd rustig zat te kijken. Wouter denderde als eerste de kamer binnen met een rammelende tas. Vader! Ik heb een baan! Riep hij en ik kan gewoon thuis werken! Het betaalt ook nog eens lekker.
Wil begreep er aanvankelijk niet veel van. Ze waren toch naar de film geweest? Had z’n dochter zitten liegen? Maar nadat het gejuich over was en de flesjes bier en wijn uit de tas gehaald en opengetrokken waren vertelde Wilma en Wouter om en om het hele verhaal aan Wil.
Wies dook de keuken in om de meegebrachte pizza’s in de oven op te warmen (zonder knoflook vader, zei Wouter nog) . Ze waren inderdaad naar de film geweest en waren diep onder de indruk van de acteerkunst geweest. Na de film was er de mogelijkheid om over de film en Nederlands Indië te praten met de hoofdrolspeler. Dat had plaatsgevonden in een klein theaterzaaltje.
Wouter had het boek Oeroeg zorgvuldig gelezen en veel over de tijd waarin het zich afspeelde opgezocht op internet. Ook over Hella S Haasse had hij veel gelezen. Hij hield erg van haar manier van schrijven en was erg geïnteresseerd in haar als mens. Het toeval wilde dat die middag ook mensen van de pers waren uitgenodigd. Vanwege de griepepidemie hadden veel journalisten het af moeten laten weten en daardoor had er in plaats van de ‘gewone’ journalist een hoofdredacteur gezeten van een zeer bekende krant, dezelfde krant die ook een blad over boeken uitgaf. Hij was net als Wouter een groot bewonderaar van Haasse en het boek Oeroeg had in zijn jonge jaren diepe indruk gemaakt. Het was de man opgevallen hoe belezen Wouter was en ze kwamen aan de praat. Wouter vertelde dat hij Literatuur studeerde en waar hij momenteel mee bezig was. De man was erg geïnteresseerd geweest en nadat hij Wouter veel vragen had gesteld vroeg hij of Wouter interesse had om bij ‘zijn’ krant als recensent te komen werken. Wouter kon voor het merendeel thuis aan de slag maar moest wel iedere maandagochtend op de redactievergadering aanwezig zijn. Hij kon zelf zijn interessegebied opgeven maar bij grote drukte zoals rond de feestdagen kon het voorkomen dat hij geen keus had in de boeken maar willekeurig enkele boeken mee kreeg ter recensie. Vooral de kinderboeken waren niet erg geliefd bij zijn collega’s dus als hij daarvan enkele wilde lezen en recenseren dan zou dat erg prettig zijn. Wouter kon, als hij dat wilde, elk boek aanvragen die hij wilde. Ook werd hem gevraagd af en toe een uitgebreide toelichting rond een onderwerp in een boek te schrijven. Of zoals nu bijvoorbeeld met akties als nederland leest achtergrondinformatie leveren.
Ook daar had hij verder redelijk de vrije hand in. Het salaris was behoorlijk aantrekkelijk en kon eventueel meer worden na gebleken geschiktheid. De eerste twee maanden zou Wouter proefdraaien.
Wilma had zijn arm er bijna afgeknepen uit angst dat Wouter nee zou zeggen. Maar Wouter was laaiend enthousiast geweest.
Er waren een paar regels opgesteld die de man ondertekend had en aan Wouter gegeven had. Deze zouden maandag in een contract omgezet worden maar zo wist Wouter dat het een serieus aanbod was. Daarna waren ze meegelopen naar de parkeerplaats waar de auto van de man stond. Hij had de achterklep open gedaan en gezegd kijk maar welke boeken je wil recenseren. Ik verwacht maandag één recensie van je, maakt niet uit van welk boek. Ik wil wel dat je een stel kinderboeken meeneemt en enkele debuten, hij wees welke beken dat waren. Wouter had gezegd dat hij nooit thrillers of Fantasy las. Daar had hij niet echt verstand van. Gelukkig hoefde hij die dan ook niet te lezen. Tijdens zijn studie had hij zich wel verdiept in de thematiek in het kinderboek. Kinderboeken waren dus geen probleem. De man had er de nadruk op gelegd dat de recensies géén vakjargon mochten bevatten. Ze moesten in heldere, duidelijke taal geschreven worden zodat ze voor iedereen begrijpelijk waren. Vooral de recensies voor het boekenblad moesten aan die eis voldoen. De boeken die Wouter nu meenam waren bestemd voor het boekenblad.
De man had hem nog zijn kaartje gegeven en was toen in de auto gestapt en weggereden hen drieën verbijsterd achterlatend. Wouter had daarna zijn schoonmoeder gekust en gezegd dat ze maar vaker mee moest gaan, ze bracht geluk!
Wil neuriede nog harder toen hij dit alles overdacht. Eindelijk ging die voddebaal werken, het werd eens tijd. Eindelijk bracht hij ook eens geld in het laatje. Toen Wouter beneden kwam bood Wil hem gelijk een kop koffie aan, maar Wouter had hem verbaasd aangekeken. Vader wist ondertussen toch wel dat hij alleen biologische thee dronk? Het humeur van Wil kelderde even maar toen hij de stapel boeken onder Wouters arm zag grijnsde hij alweer breed en begon te fluiten.
”Ik dacht dat je vandaag zou gaan visser vader”, zei Wouter.
Dat gaat niet door, degene die ons altijd naar onze stek rijdt heeft ook al de griep, maar
laat die boeken eens zien jongen, eens kijken wat je allemaal mee hebt gekregen” zei Wil in een poging belangstelling te tonen. Wouter sputterde dan ook gelijk tegen. “Ach, vader jij leest toch nooit, en dit zijn kinderboeken, daar heb jij toch niets aan.”
”Nee, laat nou eens zien, anders krijg ik later te horen dat ik geen interesse had in de carrière van mijn schoonzoon. Het zijn je eerste boeken die moet ik toch wel even bekijken alleen al om later als je beroemd bent te kunnen zeggen dat ik er bij was toen je over het eerste boek schreef.” Welnee vader, dat hoeft niet, trouwens ik ga toch boven werken, daar is het wat stiller.”
Wouter liep al richting de trap maar Wil hield hem tegen. “Wat doe je nou weer raar, beet hij Wouter toe. Probeer ik een goede schoonvader voor je te zijn, ben ik blij met je eerste baan en wil ik gewoon even de boeken zien en dan ren jij weg! Kom op, wat is er met die boeken?” Wil rukte het stapeltje uit Wouters handen en las de titel van het boek dat bovenop lag.
”Rikki helpt Sinterklaas zei hij hardop en begon gelijk te lachen. Wies! Kom eens hier riep hij richting keuken. Kijk nou eens wat Wouter voor boek heeft! Daar heeft hij dus jaaaaren op kosten van mijn dochter en de staat voor moeten studeren!”
Verschrikt kwam Wies de kamer in lopen en keek naar het stapeltje boeken in Wils handen. Wil hield de stapel schuin zodat Wies de titel kon lezen. Zie je dat! Rikki helpt Sinterklaas!! Onze schoonzoon leest dat! Hij legde het boek op tafel en las de volgende titel Het Grote Beren Winterboek Hij plofte op de bank en schaterde het uit. Onze studiebol! Onze professor moet Het Grote Beren Winterboek lezen! Kijk Wies er staan amper woorden in! Alleen maar plaatjes… en wat is dit? Hij peuterde aan een flapje in het boek. Wies Wies kijk nou! Onze Grote Geleerde leest een uitklapboek! De tranen van het lachen rolde over zijn wangen. Kijk hier staat voor kinderen vanaf 3 jaar. Haha ben je wel oud genoeg Wouter? Wies begon ook een beetje te grinniken, het was ook ergens wel idioot, zo’n grote man die altijd met zijn neus in de studieboeken zat nu ineens met Het Grote Beren Winterboek te zien.
Welke boeken heb je nog meer jongen…” Ami, een waargebeurd verhaal. Ami is vijf en speelt graag buiten in de sneeuw. Op een koude ochtend vindt ze in de tuin een zieke eend. Ami neemt hem mee naar binnen en zorgt goed voor hem. Ze noemt de eend Lucky en ze worden vrienden. Op kerstavond is Lucky een speciale gast. Maar na Kerstmis, als Lucky weer helemaal beter is, moet Ami hem van mama naar het meer brengen.”
”Ach wat zielig voor Ami, moet ze het eendje weer laten gaan… Echt een boek voor jou Wouter, zal ik je er een zakdoek bij geven… sneerde Wil.
”Nou Wil, zo is het wel weer genoeg” zei Wies. Het is veel te fijn dat Wouter een baan heeft. He Wouter?
Nou en wat voor baan! Boekjes lezen voor kleine kindjes, wat zeg ik het is meer plaatjes kijken! Haha kan hij later zeggen ik heb het vak van de grond af geleerd! Riep Wil triomfantelijk.
Wouter liep met grote stappen naar Wil, graaide tussen de boeken en hield een boek voor zijn neus.
”Vind je dit grappig, Sint?” Las Wil hardop voor. Even bleef het stil en toen lagen ze alle drie dubbel van het lachen. Nadat ze een beetje uitgelachen waren zei Wouter dat hij eigenlijk hetzelfde gereageerd had als Wil. Hij had zelf ook gedacht heb ik daarvoor al die jaren geleerd en hij had gisteravond samen met Wilma ook erg moeten lachen om de titels. Maar ach, het was een baan, het begin was er tenminste.
Zaterdag/Zondag 7 en 8 november 2009
Wil veegde de lachtranen en liep met Wies naar de keuken. Nou jongen we laten je maar alleen met je zware lectuur grinnikte Wil nog. Wouter ging aan tafel zitten met zijn stapel boeken. Hij sloeg het eerste boek open en begon geconcentreerd te lezen. Het was een groot kleurig boek. Al snel had hij het uit. Veel tekst stond er natuurlijk niet in want het was ook voor heel kleine kinderen, de plaatjes waren wel heel leuk.
Wouter keek peinzend voor zich uit. Wat moest hij nu over zo’n boek schrijven? Eerst maar eens de titel en schrijver noteren
Rikki helpt Sinterklaas
Guido van Genechten
Zo dat stond er alvast maar wat nu? Wat waren dat voor tekeningen? Was het waterverf? Gouaches?
Wie had die tekeningen eigenlijk gemaakt? Noemde je zoiets wel tekeningen of moest je illustraties of prenten zeggen? Het leek allemaal zo eenvoudig bedacht hij, maar dat viel nog goed tegen.
Hij begon maar weer opnieuw in het boek te kijken. Hmmm de schrijver was ook de tekenaar. Dat ook maar even vermelden. Tekst en illustraties Guido van Genechten… Nee, dat stond wel erg stijf voor een kinderboek. Daar moest ie wat anders op verzinnen.
Zou je het formaat van het boek ook moeten vermelden? Hoe noem je zoiets, A4 formaat? Of heeft dat een officiële naam? Hij had wel eens gehoord van Oblong uitvoering, maar of dat hetzelfde was?
Hij noteerde op zijn kladblok “Naam formaat boek opzoeken”.
Nou, verder maar weer. Het is een hardcover.. zeg je dat zo? Of zeg je ‘een boek met harde kaft.’?
Wie gaat m’n recensie eigenlijk lezen? De ouders denk ik. Het boek is voor kinderen vanaf 4 jaar, die kunnen zelf nog niet lezen. Nou dan zet ik er maar hardcover bij. Maar nu de rest nog. Je moet natuurlijk een beetje vertellen waar het verhaal over gaat. Ik zal het nog maar eens lezen.
Nou het begint twee dagen voor Sinterklaasavond, dat is wel belangrijk, dat maakt het juist spannend.
Eens denken, hoe schrijf ik dat op… ik schrijf gewoon hetzelfde als in het boek.
Nog twee nachtjes slapen en dan komt Sinterklaas. Zo dat staat er alvast. Rikki is een konijn, geen kind, dat moet ik ook nog even vermelden. Het konijn Rikki schrijft een brief… Nou… eigenlijk kan die
Rikki nog niet zo goed schrijven, ik moet er wel bij zetten dat zijn moeder hem helpt. Is Rikki wel een jongetje eigenlijk? Even kijken. Ja! Rikki is een jongetje…Nog eens even denken…
Konijn Rikki schrijft samen met zijn moeder een brief naar de Sint waarin hij vraagt of hij heel alsjeblieft een verfdoos mag met veel kleuren, een echt schilderspenseel en snoep.
Wel een raar woord, schilderpenseel, maar zo staat het in het boek. Misschien zeggen Vlamingen dat, het is een Vlaamse schrijver, ik laat het toch maar zo staan.
Ook heeft hij een mooie tekening voor de Sint gemaakt. De volgende dag komt Sint in de speelgoedwinkel en dan zal Rikki de brief aan Sinterklaas kunnen geven.
Er staat dan wel drie keer Sint achter elkaar maar ik kan hem moeilijk de Goedheiligman noemen, dat klinkt zo ouderwets, Klaas misschien, nee ook niet, ik laat die Sinten maar staan. Moet ik schrijven De volgende dag komt Sint namelijk in de speelgoedwinkel? Nee, zo is de taal van het boek helemaal niet. Ik moet wel een beetje in dezelfde stijl blijven.
Maar die dag in de speelgoedwinkel duurt het wel heel lang voordat de Sint er is, de kinderen zingen en zingen maar na zeven liedjes is hij er nog niet. Gelukkig komt dan Zwarte Piet vertellen dat de Sint wel komt maar wat later, het paard is ziek geworden en nu moet de Sint lopen.
Gek eigenlijk dat die Sint altijd op een paard komt, maar ja, dat hoort nu eenmaal zo, een Sint op een scooter is ook lastig, waar laat hij die staf? En die mijter wordt ook een probleem dan.
Een Sint in een auto is ook niets, dan zie je hem helemaal niet. Nee hij zou eigenlijk een soort pausmobiel moeten hebben. Een Sint moet ook een beetje met zijn tijd meegaan. Hoewel zo’n paard wel iets heeft natuurlijk en die kleine kinderen zijn dan ook flink onder de indruk zo’n heilige man op zo’n groot beest. De politie gebruikt ook niet voor niets paarden, dat schept afstand maar toch niet zo erg als achter een plastic scherm. Mensen hebben ontzag voor zo’n beest maar zo’n dier is ook mooi om te zien. Wouter mijmerde zo nog een eind door, in gedachte zoekend naar het beste vervoermiddel voor Sinterklaas.
Hij schrok op door Wies, die binnen kwam lopen met de koffie. “Zo jongen, je bent zo hard aan het werk, ik heb er maar extra koek bij gedaan”. Schuin keek ze naar het papier en haar gezicht betrok een beetje. “Wil het wel lukken jongen? Er staat nog niet zo veel…”
Wouter vertelde haar hoe dat kwam en waar hij allemaal aan had zitten te denken voor hij begonnen was met schrijven.
”Weet je”, zei Wies, “Ik lette altijd erg op de hoeken, voor de hele kleintjes moeten er geen scherpe hoeken aan zitten. Ook moeten de letters niet te klein zijn, alhoewel die letters een kind van vier nog niet echt interesseren. Dat komt later pas en dan is het leuk als ze een bekend verhaaltje zelf kunnen lezen. Als het hele kleine letters zijn dan schrikt dat af.
Voor welke leeftijd is het boek?”
‘Vanaf 4 jaar. ‘
Ze kunnen dus nog niet lezen en dan zijn de plaatjes belangrijk. Valt er veel op te zien? Kun je samen met het kind dingen aanwijzen en benoemen? Dat vinden die kleintjes vaak heel leuk. Ook moeten de plaatjes niet te pietepeuterig zijn. Kinderen moeten duidelijk dingen kunnen herkennen. Heldere kleuren doen het vaak goed.
”Bedankt moeder, hier heb ik echt wat aan. Toch raar eigenlijk dat volwassenen beslissen of iets goed is voor kinderen, eigenlijk zou je het samen met kinderen moeten lezen en kijken hoe ze reageren.”
“Ja inderdaad”… antwoordde Wies peinzend. Er kwam een plan in haar hoofd op, daar zou het eens met Wil over hebben. Ze stond op en ging snel naar de keuken, waar Wil aan tafel zat om zijn visspullen eens na te kijken.
Ondertussen ploeterde Wouter verder… Hij bedacht dat hij natuurlijk niet het hele verhaal mocht verraden maar wat moet je nu vertellen over een boek van 26 pagina’s met nauwelijks tekst…
Hij had het zich wel lastig gemaakt door ja te zeggen op de vraag of hij kinderboeken wilde recenseren. Hij had gedacht aan boeken voor kinderen vanaf een jaar of zeven. Maar a, niet zeuren, verder maar weer.
Rikki vertelt dat zijn opa beter werd door twee zoete wortelen en drie zoenen midden op zijn neus... misschien dat het paard van Sinterklaas daar ook door opknapt.
Dat zou wel heel fijn zijn want anders lukt het de Sint nooit alle cadeautjes rond te brengen...
Daarna komt nog een stukje verhaal maar dat moet hij maar niet schrijven. Dan weten ze gelijk hoe het afloopt. Of is het te weinig zo? Of te veel? Hij besluit het maar zo te laten.
Maar nu het boek zelf. Wat moet je daar nu over schrijven? Hij pakt het boek opnieuw en slaat het weer open. Het is een prentenboek dus schrijft hij maar. Een hardcoverboek met vrolijke, felgekleurde prenten. Zo, in één zin staat al aardig wat informatie. Maar nu… Hij bekijkt de tekeningen en ze zijn wel erg leuk vindt hij, hij pakt z’n pen weer…
De kinderen, Zwarte Piet en Sinterklaas zijn allemaal konijnen wat wel een grappig effect geeft.
Hij bekijkt opnieuw de tekeningen…
De afbeeldingen zijn verspreid over twee pagina's. Op de tekeningen is redelijk veel te zien en ze doen warm en huiselijk aan.
Maar hoe vertelt hij nu op een leuke manier dat de schrijver en illustrator dezelfde personen zijn?
na veel gezucht en geschrap is hij redelijk tevreden en leest het laatste stukje tekst nog maar een keer over.
Het is altijd de vraag bij prentenboeken wat het boek nou leuk of mooi maakt. Het verhaal of de prenten? Moet de 'eer' naar de schrijver of de illustrator? In dit geval zijn beiden verzorgd door Guido van Genechten en de tekeningen sluiten dan ook mooi aan op het verhaal.
Ja, dat klinkt wel goed. En nu nog mooi afsluiten.
Een leuk en beetje spannend Sinterklaasverhaal om voor te lezen en samen met kinderen te bekijken.
Helemaal tevreden is hij niet. Samen met kinderen… klinkt niet echt goed. Samen met DE kinderen? Ja maar welke kinderen zijn dat? Kinderen van jezelf, van school, in de bibliotheek? Samen met JE kinderen? Nee, ook niet goed. Je kijkt zo’n boek samen met een kind. Samen met EEN kind te bekijken? Wouter denkt nog een tijdje door en laat de tekst toch maar staan.
Hij staat op en loopt naar de hoekkast waar de computer staat. Hij googleled even op de naam van de schrijver en vindt zijn website. De man heeft al veel geschreven ontdekt hij, moet hij dat ook melden? Voorin het boek staan wel allerlei andere titels over Rikki, dat kan hij nog wel even vermelden.
Dit is het achtste boek over Rikki, de andere boeken kun je zien op de website van Guido van Genechten. http://www.guidovangenechten.be
Grappige website heeft die man wel. Hij leest alles nog een keer over en is redelijk tevreden. Zo moet het maar, wat moet je nog meer schrijven? Hij denkt na wat hij altijd plezierig vindt om te lezen in een recensie. Hij pakt de krant en bekijkt de recensiepagina’s nauwkeurig. Oef.. de gegevens en zijn naam! Bijna vergeten!
ISBN 9789044811469 Hardcover 26 pagina's | Clavis B.V.B.A., Uitgeverij | september 2009
Wouter de Wilde, november 2009
Moet hij nog het copyright tekentje voor zijn naam zetten? Ach dat hoort hij maandag wel.
Tevreden typt hij de tekst over in zijn PC en print het uit. Hij is erg benieuwd wat Wilma er over te zeggen heeft.
Ondertussen heeft Wies niet stilgezeten. Ze weet wat voor bloedhekel Wil heeft aan visite dus ze moet haar idee voorzichtig bespreken met hem. Ze begint maar eerst eens met te zeggen hoe fijn het is dat Wouter een baan heeft.
Wil begint weer te grinniken, hij blijft het een grote mop vinden, zijn geleerde schoonzoon aan die kinderboekjes. Wies vertelt hoe serieus Wouter bezig is met die boeken en waar hij allemaal naar kijkt en waar hij op moet letten. Wil hoort het allemaal aan en reageert verbaasd: “Dus jij wil zeggen dat het nog moeilijk is ook! Iedereen kan toch wel iets zeggen over zo’n boekje?”
”Nou Wil, reageert Wies voorzichtig, er komt toch heel wat meer bij kijken merkte ik. Het lijkt me voor zo’n schrijver ook heel moeilijk om op die paar bladzijden toch nog een leuk verhaal te vertellen én van die mooie tekeningen erbij te maken. Ik weet nog hoe onze Wilma was toen ze vier was, Zo klein als ze was ze was toch wel heel duidelijk in wat ze wel en niet leuk vond. Het boekje werd gewoon weggeduwd of weggegooid! Weet je nog, ze had echt een eigen willetje.“
Wil, begon te glimlachen bij de woorden van Wies. “Ja Wies, het was een wonder dat kind van ons, en ze was van heel jong af aan al gek op boekjes. Zou ze daarom die gehaktbal getrouwd zijn?”
Wies giechelde, “Nee, natuurlijk niet, gekkerd, maar ze leest nog steeds heel graag. Maar het is wel lastig voor Wouter om te weten wat kinderen nou leuk vinden. Hier in de buurt zijn niet zoveel kinderen anders kon hij het eens bij de kinderen zelf testen. Zodirect zegt hij steeds in zijn recensies dat boeken goed zijn en dan vinden kinderen het helemaal niets, wisten we maar een kind waar we die boeken aan konden voorlezen.” Wies zuchtte eens. Hè wat jammer nou, dat de buren verhuisd zijn, die hadden dat kind wat zoveel op je nichtje Willeke lijkt weet je nog. Dan hadden we het boek aan haar voor kunnen lezen.
Wil bedacht dat het wel zonde zou zijn als Wouter zijn baan weer kwijt zou raken door verkeerde recensies. Maar ook hij kende geen kinderen die in de buurt woonden. Toen kreeg hij een idee.
”Heeft hij alleen maar kinderboeken meegekregen van die man?” vroeg hij aan Wies.
”Nee, ook een paar boeken voor volwassenen, hoezo?
”Nou… als hij nu voor maandag zo’n boek voor volwassenen leest en een recensie schrijft dan kunnen we misschien Willeke vragen of ze volgend weekend langskomt.“ Stelde Wouter voor.
”Gelukt!” dacht Wies! “Dát is nou een goed idee Wil! Ik ga haar gelijk bellen!
Wies sprong op en pakte de telefoon. Ze kende Wil, voordat hij weer terugkrabbelde. Als z’n zus nu maar thuis was.
”Met Wanda Wessels” hoorde ze door de hoorn. Gelukkig ze was er.
”Ja met Wies, zeg moet je horen, ik heb heel leuk nieuws! Wouter heeft een baan!”
Wil hoorde de blije schreeuw van Wanda en daarna een hoop geratel… Die zus van hem kletste je de oren van het hoofd. Wies zei lange tijd alleen maar ja en nee en zoals altijd knikte ze mee alsof Wanda haar kon zien.
Eindelijk kon Wies vragen of Willeke kon komen volgend weekend dan kon ze de boekjes van Wouter eens bekijken en haar mening geven. Hoe oud was Willeke nu? Oh al negen jaar? Ja, Wies wist dat ze een achterstand had… Oh ze had ADHD? Welk niveau had ze nu? Van een kind van een jaar of zes… oh ja… nou dan was het toch niet zo’n goed idee misschien. De boeken die Wouter had waren voor kinderen vanaf vier jaar… Nee, niet alleen plaatjes, ook tekst. Oh die vier jaar was dat je het kon voorlezen aan kinderen vanaf vier jaar? En zelf lezen vanaf een jaar of zes of zeven? Kon Willeke al wel een beetje lezen? Ja? Oh nou dan zou het wel heel leuk zijn als ze zou kunnen komen.
Misschien konden ze dan ook wel samen naar de film Oeroeg was erg mooi maar daar is ze denk ik nog wat jong voor, of niet? Oke dan zoek ik wel een andere film uit of anders wacht ik wel tot Willeke er is dan kan ze zelf een film uitzoeken, goed?
Wat? Wil? Nee Wil vindt het goed, hij stelde het zelf voor! Ja, echt!”
Wil stond geërgerd op en pakte de hoorn uit Wies‘ hand. “Dag lieve zus van me zei hij snerend. Ik zal het zelf maar even zeggen. Ja ik vind het goed dat Willeke komt! Wat zeg je? Of er een vriendinnetje mee mag komen? Daar moet ik het even met Wies over hebben. Nee, het gaat niet om het geld. Nee, twee kinderen in huis vind ik niet te duur. Wat? Geen patat? Geen ijs? Werd ze te druk van. Oke.
Ja, ja, ja, alles prima hier. Ja, nee, niet erg dat ze komt, écht niet, Moet je Wies nog hebben? Nee?
Oké groeten aan Winand. Ja dag… Wat? Nee? Oké, Ja afgesproken. Ja daaaaaag.”
Wil gooide gauw de hoorn op de haak. Wat kan dat mens kletsen! Het is dat het m’n zus is maar anders…
Maandag 9 november
Maar ze vroeg of er een vriendinnetje mee mocht komen, dat was leuker voor Willeke omdat wij allemaal oudere mensen zijn natuurlijk. Ik hou daar niet zo van, zo’n vreemd kind in huis.
Wies zuchtte even, nou daar hebben we ook helemaal geen ruimte voor en ik heb maar één logeerbed. Ik moet die nog uit de schuur halen en dan moet Willeke maar in het studeerkamertje van Wouter slapen, daar past dat bedje net in. Of misschien wil ze wel op zolder slapen, maar dan moet ik die wel even opruimen. Gelukkig heb jij daar die kasten gemaakt, veel werk zal het niet zijn.
Willeke was nu op kamp.” vertelde Wand
Dettie's Writing Buddies
|
|


add as buddy
send NaNoMail
visit website